G. Welke rol heeft de or als het gaat om goed werkgeverschap?

Conform artikel 28 van de WOR heb je als or een stimulerende taak in het kader van goed werkgeverschap. Dat betekent dat je dit goed werkgeverschap actief moet stimuleren in de organisatie. 

In deze situatie is het extra belangrijk om medewerkers duidelijkheid te geven, hun zorgen te erkennen en ook om perspectief te bieden. Een bestuurder kan dit doen door moedig leiderschap te tonen en heel zorgvuldig en goed te communiceren. Dat doe je door feitelijk en rationeel te zijn en te handelen, maar ook door je zorg en waardering voor medewerkers actief te laten blijken en uit te spreken. Daarnaast is het bieden van perspectief belangrijk: we kunnen dit, komen er doorheen en gaan daarna ook weer verder.  Als or is het goed om de communicatie en het optreden van een bestuurder vanuit dat perspectief te bekijken en waar nodig aandachtspunten mee te geven. Voor andere zaken in het kader van goed werkgeverschap, zoals vitaliteit, duurzame inzetbaarheid, mobiliteit, opleiden en ontwikkelen, geldt dat die nu mogelijk even on hold staan. Dat zal verschillen per situatie. Je zou er als or verstandig aan doen hierin mee te bewegen en begrip te tonen voor het feit dat de organisatie nu andere prioriteiten stelt.